COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN, 10 SEPTEMBER 2013, CBB:2013:105, PRUDENT PERSON


De rechtsvraag:

Hoe groot is de beleidsvrijheid (beleggingsvrijheid) van pensioenfondsen bij de invulling van de prudent person-regel? 

De uitspraak:

Het pensioenfonds heeft in 2008 fysiek goud gekocht en breidde dit aandeel in 2009 uit van 5 naar 12 %. Ultimo 2010 is de hoeveelheid goud 15,5%. DNB heeft het pensioenfonds een aanwijzing gegeven de belegging in goud af te bouwen. Het pensioenfonds heeft het belang afgebouwd en bezwaar gemaakt. Dit is door DNB ongegrond verklaard.

De rechtbank oordeelt vervolgens dat het beroep wel gegrond is omdat DNB bij de beoordeling of de prudent person regel is overtreden geen maatwerk heeft verricht en niet naar de fondsspecifieke omstandigheden heeft gekeken.

Dit oordeel wordt in hoger beroep staande gehouden. Het College oordeelt dat het in eerste instantie het pensioenfonds is dat de prudent person regel uitlegt en het beleggingsbeleid daarop afstemt. De keuzes die het pensioenfonds maakt heeft DNB te respecteren zolang aan de norm wordt voldaan. Bij de toetsing of aan de norm is voldaan dient DNB de specifieke situatie van het fonds te betrekken. 

Conclusie:

Een zeer duidelijke uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in de goudzaak. . De vraag gaat over de keuzevrijheid van pensioenfondsen bij de inrichting van de beleggingen. Die vrijheid is er dus. DNB dient de keuzes te respecteren tenzij in de specifieke casus niet gehandeld is conform de prudent person regel.